Onderzoekers van VIB en KU Leuven ontdekken waarom een verandering in één gen de ontwikkeling van onze hersenen kan verstoren
Leuven, 4 november 2026 - Waarom zijn onze hersenen kwetsbaarder voor genetische aandoeningen dan die van andere zoogdieren? In de zoektocht naar een antwoord op deze vraag, legden onderzoekers van VIB en KU Leuven een belangrijk stukje van de puzzel bloot. Hun bevindingen, gepubliceerd in het vakblad Developmental Cell, tonen hoe veranderingen in het gen ASPM de ontwikkeling verstoren van jonge hersencellen die nodig zijn om onze hersenen te laten groeien. Zo verklaren de onderzoekers waarom fouten in dit gen microcefalie kunnen veroorzaken, een aandoening waarbij de hersenen en het hoofd kleiner zijn, vaak in combinatie met een verstandelijke beperking. “Onze hersenen ontwikkelen zich anders dan bij andere zoogdieren”, zegt Prof. Pierre Vanderhaeghen (VIB-KU Leuven Centrum voor Neurowetenschappen). “In dit geval wordt een cellulair proces verstoord dat heel belangrijk is voor de ontwikkeling van onze hersenen.”
Microcefalie is een zeldzame aandoening waarbij de hersenen en daarmee ook het hoofd van een kind kleiner zijn dan verwacht. De gevolgen verschillen van kind tot kind. Bij de genetische vorm die centraal staat in dit onderzoek kunnen kinderen in uiteenlopende mate een verstandelijke beperking ontwikkelen.
Een grote Europese studie schatte het voorkomen van microcefalie op ongeveer 1,5 per 10.000 geboorten wanneer gevallen met een bekende genetische oorzaak buiten beschouwing werden gelaten. Als ook genetische oorzaken worden meegerekend, komt de schatting op ongeveer 2 per 10.000.
Voor kinderen en hun ouders gaat het om veel meer dan een kleinere hoofdomtrek. Het beperkte hersenvolume kan gepaard gaan met een verstandelijke beperking en, afhankelijk van de vorm van microcefalie, met problemen in de motorische of taalontwikkeling. Net daarom is het belangrijk te begrijpen wat er tijdens de ontwikkeling van het brein precies misloopt.
Een kleine verschuiving met grote gevolgen
Daar vonden de onderzoekers nu een belangrijke verklaring voor. Tijdens de ontwikkeling van onze hersenen moeten jonge hersenstamcellen zich niet alleen delen, maar dat ook op de juiste manier doen. Het ASPM-gen helpt dat proces in goede banen te leiden.
Bij veranderingen in dat gen loopt die celdeling anders. Cellen die bijzonder belangrijk zijn voor de groei van het menselijke brein komen daardoor te vroeg op hun eindbestemming terecht en ontwikkelen zich niet verder zoals het hoort. Het resultaat is dat de hersenen tijdens de ontwikkeling minder goed kunnen uitbreiden.
Om dit proces te kunnen bestuderen, gebruikten de onderzoekers zogenaamde hersenorganoïden: kleine, driedimensionale modellen die in het labo worden gekweekt en bepaalde aspecten van de ontwikkeling van menselijke hersenen nabootsen. Ze maakten daarbij gebruik van cellen van patiënten en vergeleken die met cellen zonder de verandering in het ASPM-gen.

“Dankzij deze hersenorganoïden konden we onderzoeken wat de genetische verandering doet tijdens de menselijke hersenontwikkeling, met cellen van patiënten en vergelijkbare controlecellen”, zegt dr. Ridha Limame, gedeeld eerste auteur van de studie en onderzoeker in het labo van Vanderhaeghen (VIB-KU Leuven Centrum voor Neurowetenschappen).
Waarom vooral het menselijke brein?
Daarmee raakt het onderzoek aan een grotere vraag. De verandering in ASPM is niet alleen aanwezig in de hersenen, maar in het hele lichaam. Dat wees eerder onderzoek al uit. Toch zijn het alleen de hersenen die de gevolgen ervan ondervinden, wat doet veronderstellen dat de belangrijke rol van dit gen mogelijk gecompenseerd wordt door andere processen, behalve in de hersenen. Bovendien leidt dezelfde genetische verandering bij muizen niet tot dezelfde sterke afname van de hersengrootte.
“Het is niet zo dat het gen bij de mens een nieuwe functie heeft gekregen. Het verschil zit eerder in het ontwikkelingsproces waarin het gen een rol speelt. Naarmate het menselijke brein tijdens de evolutie groter en complexer werd, werd dat proces belangrijker voor de groei ervan. Wanneer er iets misloopt, zijn de gevolgen daardoor bij mensen veel groter”, zegt Vanderhaeghen.
Het onderzoek geeft daarmee niet alleen meer inzicht in microcefalie. Het toont ook hoe processen die de ontwikkeling van het menselijke brein bijzonder maken, tegelijk een kwetsbaarheid kunnen vormen.
Er blijven nog belangrijke vragen open. De onderzoekers willen onder meer beter begrijpen welke hersencellen uiteindelijk het sterkst worden getroffen, hoe hun onderlinge verbindingen veranderen en of de gevolgen verder gaan dan het feit dat er minder hersencellen worden gevormd.
Publicatie
Microcephaly-causative ASPM mutations disrupt mitotic spindle orientation and timely specification of human outer radial glia cells. Limame, van Benthem, Erkol et al. Developmental Cell, 2026. DOI: 10.1016/j.devcel.2026.10.007
Financiering
Dit onderzoek werd onder meer ondersteund door VIB, KU Leuven, de Geneeskundige Stichting Koningin Elisabeth, de European Research Council (ERC) en het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO). Een volledig overzicht van de financiers is terug te vinden in de dankbetuigingen bij de publicatie.
OVER VIB
VIB is een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat inzichten in de biologie vertaalt naar impactvolle innovaties voor de samenleving. Het werkt samen met de vijf Vlaamse universiteiten en diverse partners in de biotechsector en doet onderzoek in plantenbiologie, kanker, neurowetenschap, microbiologie, ontstekingsziekten, artificiële intelligentie en meer. VIB verbindt wetenschap met ondernemerschap en stimuleert zo de groei van de Vlaamse biotech. Het instituut draagt bij aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen, zoals nieuwe methoden voor diagnose en behandeling en landbouwinnovaties.
Meer info op www.vib.be.
Kristof Windels
João Cardoso
